Wegwijs in de databanken

Naamgeving van meetposten

De naam van het station bevat telkens de naam van de deelgemeente waar het station opgesteld staat.
Voor de metingen op waterlopen (waterstand en/of debiet aan limnigrafen, stuwen, pompstations en sedimentmeetposten) wordt in de naam ook de betreffende waterloop vermeld.

Nummering van meetposten

De nummeringscode van meetposten bestaat uit twee delen, gescheiden door een underscore (een laag streepje). Het eerste deel duidt aan over welk type station het gaat en in welk bekken het zich bevindt. Het tweede deel is een unieke code voor het station zelf.

  Type station + bekkennummer + _  + volgnummer


De codes voor type station zijn:
  • L: limnigrafen (metingen debiet en peil)
  • K: metingen ter hoogte van kunstwerken (stuwen, schuiven, roosters en pompstations)
  • LS: limnigrafen met metingen van de sedimentafvoer
  • P of Pk: pluviografen (metingen neerslag) - P stations zijn OTT-pluviografen en Pk stations zijn kantelbak-pluviografen
  • M: meteorologische stations (metingen temperatuur, windsnelheid en windrichting)
  • ME: meteorologische stations met meting van de evapotranspiratie
De bekkennummering is als volgt:
  • 01: IJzerbekken
  • 02: Brugse Polders
  • 03: Gentse Kanalen
  • 04: Benedenscheldebekken
  • 05: Leiebekken
  • 06: Bovenscheldebekken
  • 07: Denderbekken
  • 08: Dijle- en Zennebekken
  • 09: Demerbekken
  • 10: Netebekken
  • 11: Maasbekken

Het tweede deel van de stationscode bevat drie tekens. Een uitzondering wordt gemaakt voor de kunstwerken, waar de voorletters de locatie van het kunstwerk aantonen:
  • OM + cijfer: kunstwerken in Oost-Vlaanderen en het Denderbekken
  • WM + cijfer: kunstwerken in West-Vlaanderen
  • MQ + cijfer: kunstwerken in Antwerpen en Vlaams-Brabant en het Benedenscheldebekken
  • GTI + cijfer: kunstwerken in Limburg en het Demerbekken

Naamgeving van tijdsreeksen

De operationele meetnetten op oppervlaktewater slaan meetwaarden op met een interval van 1 of 15 minuten, afhankelijk van het type meetnet. Deze metingen zijn raadpleegbaar in de rubriek actuele metingen.

Naast deze rechtstreekse meetwaarden worden er ook continue gemiddelden berekend (afgeleid) per 15 minuten, 60 minuten, dag, maand en jaar. Voor neerslag wordt er een totaal berekend per 15 minuten, 60 minuten, dag, maand en jaar. Al deze afgeleide reeksen zijn eveneens opvraagbaar, via de rubriek historische metingen.

De naam van de tijdreeksen is telkens opgebouwd uit:

   Stationsnummer/naam + parameter + tijdsresolutie + extensie

Voor de tijdsreeksen die in mTAW zijn uitgedrukt en afgeleid zijn van tijdsreeksen in m, wordt dit ook vermeld in de naam.

Voorbeelden

  • L01_488.H.15.P betreft limnigraaf nummer 488 in het IJzerbekken, met parameter H (=peil), met meetresolutie 15 minuten
  • L06_342.mTAW.H.15 betreft limnigraaf nummer 342 in het Bovenscheldebekken, parameter H (=peil) in mTAW, met meetresolutie 15 minuten
  • ME05_401.U.DagGem betreft meteorologisch station met evapotranspiratiemeting nummer 401 in het Leiebekken, parameter U (=windsnelheid), met meetresolutie daggemiddelde
  • P08_116.N.60.Totaal betreft pluviograaf nummer 116 in het Dijle- en Zennebekken, parameter N (=neerslag), met als meetresolutie de 60' totaalsom
Een overzicht van de parameters wordt gegeven onder de rubriek "Wegwijs in de parameters".

De extensies geven bijkomende informatie over de tijdsreeks. De .P-reeksen zijn ongevalideerd, de .Pv-reeksen zijn gevalideerd tot het einde van 2007. Bij minima en maxima wordt aangegeven op basis van welke tijdsreeks het minimum of maximum berekend is. Zo worden voor de reeks .HydJaarMax(dag) de waarden per dag opgevraagd en wordt de hoogste van deze 365 of 366 waarden weerhouden, terwijl voor de reeks .HydJaarMax(uur) de waarden per uur worden opgevraagd en uit deze 24 x 365 of 366 waarden de hoogste wordt genomen.